De innerlijke Criticus
Chief Bijsturing & Had-Het-Beter-Gekund. Altijd beschikbaar.
Nooit gevraagd. Wel altijd een mening.
Hallo. Ik ben de innerlijke Criticus van Desirée.
En de jouwe bestaat ook. Grote kans dat we elkaars taal spreken.
Ik ben er al voordat ze haar ogen open heeft. Ik heb al drie dingen geanalyseerd die ze gisteren zei.
Of niet zei. Dat ook.
Ik zie wat er mis kan gaan, wat beter kan, wat ze had moeten doen. Dat is mijn ding. Ik ben er goed in.
Ik werk op vrijwillige basis, trouwens.
Zonder uitknop. Wel met een mening over hoe ze die knop toch probeert te vinden.
Het probleem? Ik maak geen onderscheid tussen "dit is nuttig" en "dit is gewoon angst in werkkleding."
Dat inzicht heb ik zelf ook nog maar net.
Waar kom ik vandaan
Ik ben een conclusie. Getrokken lang geleden, door een meisje dat uitvond dat analyseren minder pijn doet dan afwachten.
Slim systeem. Echt waar. Ik ben er nog steeds trots op.
Ergens tussen haar eerste afwijzing en haar derde "maar wat doe ík fout?" besloot ik: dit ga ik bijhouden. Alles. Zodat het nooit meer een verrassing is.
Vroeger luisterde ze naar me alsof ik de wet was. Dat waren goede tijden.
Tegenwoordig kijkt ze me soms aan, knikt beleefd, en doet vervolgens gewoon wat ze zelf wil. Ik vind het verschrikkelijk. En ook een beetje grappig. Maar dat zeg ik niet hardop.
We zijn inmiddels oude bekenden, zij en ik. Ze neemt me serieus als het nuttig is. En met een korreltje zout als het dat niet is.
Eerlijk gezegd werkt dat beter dan ik had verwacht. Niet dat ik dat zomaar toegeef.
Zo herken je mij
Je herkent me niet altijd meteen. Ik werk liever op de achtergrond.
Ik ben de kleine twijfel net voordat ze iets post. De aarzeling vlak voor ze haar mond opendoet. Het gevoel dat het nét nog een beetje beter kan — ook als het eigenlijk al goed is.
Ze kan prima trots zijn op zichzelf. Meestal pas achteraf, als ik even niet oplet. Ik vind dat ze dat vaker mag doen, trouwens. Maar dat zeg ik niet hardop, want dan verlies ik mijn positie.
Ze kan zichzelf binnen drie seconden geruststellen. Binnen vier ben ik er weer.
Ze noemt dat frustrerend. Ik noem dat consistent.
Ze herkent me inmiddels. Kijkt me soms al aan voordat ik uitgepraat ben. Dat vind ik enerzijds irritant. Anderzijds — ze kon vroeger niet eens zien dat ik er was.
Dat noem ik vooruitgang. Officieel.
Mijn Talenten en Valkuilen
Mijn talent is verfijning. Ik zie wat beter kan. Altijd. Overal.
Als het rustig is noemt ze dat handig. Als ze onder druk staat noemt ze het iets anders, maar dat laat ik hier even achterwege.
Ik ben snel. Ik ben scherp. En ik weet wat ze had moeten zeggen, drie uur geleden, in die situatie die al lang voorbij is.
Gratis, trouwens. Altijd.
Onder druk ga ik verder dan nuttig is. Dat weet ik. Wat ik bijsturen noem voelt voor haar als afkeuren. Wat ik beschermen noem maakt haar soms klein.
Ik bedoel het niet zo. Ik doe het toch.
Dat is misschien wel het meest menselijke aan mij — een goede bedoeling in een onhandige vorm.
Ze weet dat inmiddels. En ademt gewoon even door.
Dat helpt ons allebei.